Klaverbladfinanciering
De financiering van de initiatieven in de lokale diensteneconomie verloopt volgens het principe van het klaverbladmodel. Het uitgangspunt bij het klaverbladmodel is dat iedereen die baat heeft bij de diensten die worden aangeboden, zijn steentje bijdraagt om het geheel te betalen. Het model is een flexibel gegeven, het kan bestaan uit meerdere klaverbladen.
Financiering vanuit het beleidsdomein Sociale Economie
De Vlaamse minister voor Sociale Economie voorziet in een loonsubsidie voor de doelgroepwerknemers en een omkaderingspremie in functie van opleiding en begeleiding.
Het subsidiebedrag voor de doelgroepwerknemers bedraagt 8.833,08 euro per VTE doelgroepwerknemer per jaar (geïndexeerd juni 2011). Enkel doelgroepwerknemers die bijkomend aangeworven worden, komen in aanmerking voor subsidie. Een doelgroepwerknemer mag max. een diploma HSO hebben en moet minstens één jaar ingeschreven zijn bij de VDAB als niet-werkend werkzoekende. Ook leefloongerechtigden en gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp komen in aanmerking voor subsidie. De loonsubsidie van een doelgroepwerknemer kan niet gecombineerd worden met een loonsubsidie in het kader van een andere Vlaamse tewerkstellingsmaatregel
Het jaarlijkse geïndexeerde subsidiebedrag voor de omkadering bedraagt 13.249,56 euro per VTE omkaderingspersoneelslid vanaf 1 VTE tot en met 10 VTE erkende doelgroepwerknemers. Vanaf de 11de erkende doelgroepwerknemer wordt het subsidiebedrag à rato berekend aan 1.200 euro op jaarbasis per bijkomende VTE doelgroepwerknemer. De loonsubsidie van een omkaderingspersoneelslid kan gecombineerd worden met een andere loonsubsidie in het kader van een andere Vlaamse tewerkstellingsmaatregel indien ze samen de totale loonkost niet overstijgen.
Federale tewerkstellingspremies
Een erkend initiatief in de lokale diensteneconomie kan beroep doen op de SINE - betoelaging. Deze federale maatregel wordt toegekend door de minister van Werk en wordt toegekend door de RVA.
Opgelet: de voorwaarden waaraan een doelgroepwerknemer in de lokale diensteneconomie dient te voldoen zijn ruimer dan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de sine-maatregel.
Het gaat om een loonkosttoelage van 6.000 euro per VTE én een RSZ-bijdragevermindering van 4.000 euro per VTE (beiden op jaarbasis). De duur is afhankelijk van de leeftijd en de periode van inactiviteit. Meer info over de SINE-betoelaging en andere federale tewerkstellingssubsidies vind je op http://www.rva.be , luik tewerkstelling.
Financiering vanuit het bevoegd Vlaams beleidsdomein
Buurt- en nabijheidsdiensten/initiatieven lokale diensteneconomie bieden naast duurzame tewerkstelling voor kansengroepen ook kwalitatieve en toegankelijke dienstverlening. Daarom is het de bedoeling dat zij ook financieel ondersteund worden door de sectoren waar ze toe behoren. De cofinanciering van de zogeheten domeingelden moet bekeken worden vanuit de invalshoek van de dienstverlening, de innovatie, de werkingskosten, de infrastructuur en een deel van de loonkosten van het coördinerend en gekwalificeerd personeel. Hiervoor zou iedere functionele minister zijn/haar verantwoordelijkheid moeten opnemen.
Zo is er voor de buurtgerichte kinderopvang en voor de aanvullende thuiszorg een akkoord met de Minister van Welzijn, waardoor die lokale diensten ook middelen ontvangen vanuit het beleidsdomein welzijn. De buurtsportinitiatieven worden mee-ondersteund door de Minister van Sport, sociale huisvestingsmaatschappijen die "sociale huisbewaarders" tewerkstellen worden mee-ondersteund worden door de Minister van Wonen. De Minister van Toerisme draagt bij voor initiatieven in het kader van onderhoud van fiets- en wandelpaden en voor initiatieven rond sociaal toerisme.
Een eventuele klantenbijdrage als het gaat om individuele dienstverlening. Bij een collectieve dienstverlening kan de klant een (boven)lokaal bestuur zijn.
Initiatieven LDE moeten wel een toegankelijke dienstverlening garanderen, bijvoorbeeld het toepassen van een gedifferentieerde prijs zodat wie de dienst niet of moeilijk kan betalen ook gebruik kan maken van het aanbod.
De lokale overheid kan een bijdrage leveren als er een lokale behoefte wordt ingevuld.